Deze tijd van het jaar, zo vlak na de zomervakantie, leent zich mooi voor reflectie. Wat gaat er goed in mijn leven? Waar wil ik de komende tijd meer aandacht aan geven, en wat juist minder?
Vorige week sprak ik met een goede vriend die altijd doorvraagt hoe het nou echt met me gaat. Terwijl ik begon te vertellen, merkte ik al pratend dat ik over best veel dingen twijfel: waar ik over vijf jaar wil wonen, waar ik de nadruk op wil leggen in mijn werk, hoe mijn ideale relatie eruitziet. En ik merkte ook dat ik een oordeel had over die twijfel. Totdat mijn vriend de wijze woorden sprak: “Je mag twijfelen, twijfelen is goed.” Er kwam meteen een gevoel van opluchting over me heen, en ik voelde het oordeel veranderen in nieuwsgierigheid en een soort speelsheid.
Het laat wel weer zien hoe moeilijk het is om transities in het leven bewust te doorlopen. Ik heb me het afgelopen jaar verdiept in levenstransities, heb zelf mijn portie levenservaring en verandering meegemaakt, en weet rationeel hoe belangrijk “stilstaan” is: het verblijven in die onbekende, liminale tussenfase die zulke unieke mogelijkheden biedt voor persoonlijke groei.
En toch steken de innerlijke saboteurs steeds weer de kop op:
“Je bent nu 52, je moet nu wel een keer weten wat je wil.”
“Hup, gewoon een schop onder de kont, aan de slag en dan komt de rest vanzelf”.
“Vroeger was je zo besluitvaardig, hoort dit bij de overgang of zo?”
En natuurlijk (type 3 volgens het enneagram): “Twijfelen = falen”
De vraag is dan: wat voor twijfel is dit eigenlijk?
De onrustige twijfel, die weg wil bij het ongemak, interne ruis en stagnatie veroorzaakt en de snelste (default) uitweg kiest?
Of is het de rustige twijfel, die doorvoelt wat mijn innerlijke kompas zegt, nieuwsgierig blijft luisteren naar wat zich aandient en uiteindelijk tot helderheid leidt?
En hoe onderscheid ik die twee?
Niet aan de duur, merk ik, maar aan een paar andere signalen.
Rustige twijfel blijft in beweging, ook al is er nog geen antwoord: je merkt nieuwe dingen op, ervaart andere reacties uit je omgeving, en af en toe komt er een sprankje helderheid bij, ook al lost het niet meteen alles op.
Onrustige twijfel daarentegen stelt steeds dezelfde vraag, op dezelfde manier, en krijgt telkens hetzelfde niet-helpende antwoord terug; dat is het moment waarop twijfelen verandert van onderzoeken in malen.
Rustige twijfel kan vermoeiend zijn, maar levert meestal iets op: een nieuw inzicht, een vraag die scherper is geworden.
Onrustige twijfel voelt vooral leeg en uitputtend, zonder dat er iets verandert. Richt ik mijn aandacht op mijn lichaam, dan voel ik die onrust vaak in mijn buik of op mijn borst.
En waar rustige twijfel vanuit nieuwsgierigheid vertrekt en me openstelt voor wat het leven aanreikt: een spontaan gesprek, een toevallige ontmoeting, een boek dat op mijn pad komt, is onrustige twijfel vooral naar binnen gericht en oordelend, zonder ruimte voor nieuwe perspectieven.
De vraag is dus niet “hoe lang mag ik twijfelen”, maar: beweegt het nog, voedt het me nog, en kijk ik nog naar buiten? Zodra het antwoord op alle drie nee is, is het tijd om iets te veranderen. Niet per se door een besluit te forceren, maar door de twijfel zelf een andere vorm te geven: erover praten, het opschrijven, een klein experiment aangaan (bijvoorbeeld een tijdelijke verandering uitproberen).
Waar ik mezelf aan wil blijven herinneren:
- Je mag twijfelen, twijfelen is juist goed. En blijf checken welk soort twijfel het is.
- Je bent op weg naar een authentieker leven, naar luisteren naar je gevoel en openstaan voor wat er op je pad komt.
- En ja, soms is het vermoeiend en lastig (“auw, ik groei”).
Beweegt jouw twijfel nog, of is hij veranderd in malen?

View comments
+ Leave a comment