“Ik heb slecht nieuws. Jouw functie vervalt per…”
Als je niet zelf kiest voor iets nieuws, maar te horen krijgt dat je huidige functie ophoudt te bestaan, komt dat vaak hard binnen. Het rammelt meteen aan je gevoel van zekerheid en aan je zelfvertrouwen.
Want naast de onzekerheid over je inkomen verlies je vaak veel meer. Juist dat maakt het zo ontregelend.
Wat je eigenlijk verliest
- Een stukje van je identiteit. “Wat doe jij?” was altijd een makkelijke vraag. Nu weet je even niet wat je moet antwoorden, en elk antwoord voelt onnatuurlijk: tussen twee banen, oriënteren op mijn volgende stap, even pauze…
- Structuur en ritme. De wekker, het overleg op dinsdag, de lunch en de korte wandelingetjes met collega’s.
- Erbij horen. Het team gaat door zonder jou. Hoe begrijpelijk het besluit ook is, het voelt als afgewezen worden, soms zelfs als buitengesloten.
- Regie. Jij hebt hier niet voor gekozen. Iemand anders besliste over deze wending in jouw leven, en dat raakt aan je gevoel van autonomie.
Iedereen reageert anders. Het is waardevol om na te gaan welk verlies jou het meest raakt, en jezelf toe te staan daarover te rouwen.
De tussenruimte
Het oude is voorbij, het nieuwe is er nog niet. Die fase heeft een naam: de liminale ruimte, van het Latijnse limen, drempel. Het is het moment waarop een deur achter je dichtgaat, terwijl er nog geen nieuwe is opengegaan.
Sommigen willen die drempel zo snel mogelijk over: meteen solliciteren, een actieplan maken, een nieuw standaardantwoord hebben op de vraag “en, heb je al iets?”. Anderen hebben meer tijd nodig om de woede, de afwijzing of het onbegrip een plek te geven.
Wie te snel doorloopt, neemt het oude vaak ongemerkt mee: dezelfde rol, hetzelfde soort organisatie, dezelfde patronen in denken en doen. Daarmee laat je een kans liggen.
De tussenruimte is namelijk niet alleen een leegte. Het is ook een plek om je af te vragen wie je op dit moment in je leven bent. Wat vind je belangrijk? Welke vaardigheden en interesses heb je, in de breedste zin? En wat wil jij in de wereld brengen?
Tijd nemen betekent niet dat je stil hoeft te zitten. Zeker als er rekeningen betaald moeten worden, doe je wat praktisch nodig is. Maar je kunt wel tegelijkertijd ruimte maken voor deze vragen, ook al is het maar een uur per week. Het één sluit het ander niet uit.
Van sollicitant naar gesprekspartner
Sla je die vragen over, dan probeer je jezelf voor je het weet in een vacature te passen. Je zet zoveel mogelijk vinkjes en doet misschien alweer concessies.
Neem je wél de tijd om helder te krijgen wat je wilt en kunt, en waar je voor staat, dan zit je heel anders aan tafel. De vraag is dan niet alleen “wat vinden ze van mij, pas ik in hun hokje?”, maar ook “wat vind ik eigenlijk van dit bedrijf en van de mensen tegenover me? Voel ik me hier op mijn plek? Word ík hier blij van?”
Die helderheid straal je uit, in wat je zegt en in hoe je erbij zit. Het gesprek komt daardoor meer in evenwicht. Je bent niet alleen de sollicitant, maar een gesprekspartner die vragen terugstelt, meedenkt over de match en misschien zelfs de invulling van de rol mee vormgeeft.
Neem Judith (niet haar echte naam). Na vijftien jaar als teamleider bij een verzekeraar verviel haar functie. Haar eerste reflex was solliciteren op precies dezelfde rol, bij een vergelijkbare organisatie.
Toen ze de tijd nam om terug te kijken, ontdekte ze dat ze het meest had genoten van het begeleiden van nieuwe collega’s. In haar volgende sollicitatiegesprek vroeg ze niet alleen wat er van haar verwacht werd. Ze stelde zelf voor om een inwerkprogramma op te zetten. Die rol bestaat nu, en zij vervult hem.
Een deur die je niet zelf opende
Je baan verliezen tegen je zin is pijnlijk, en rouw hoort erbij. Tegelijk hoor ik van veel mensen dat juist die breuk hen dichter bij zichzelf bracht en tot betere keuzes heeft geleid. Omdat ze de tussenruimte durfden te gebruiken om opnieuw te kiezen.
Welk verlies raakt jou het meest, en wat zegt dat over wat je echt belangrijk vindt?

View comments
+ Leave a comment